Boek
Nederlands

Op het tweede gezicht : de relatie tussen gelaat en karakter

Jaco Berveling (auteur)
+1
Op het tweede gezicht : de relatie tussen gelaat en karakter
×
Op het tweede gezicht : de relatie tussen gelaat en karakter Op het tweede gezicht : de relatie tussen gelaat en karakter

Op het tweede gezicht : de relatie tussen gelaat en karakter

Populairwetenschappelijk historisch overzicht van de gelaatkunde (fysiognomie) en de schedelleer (frenologie), aan de hand waarvan men meende het karakter van mensen te kunnen aflezen.
Onderwerp
Gelaatkunde
Titel
Op het tweede gezicht : de relatie tussen gelaat en karakter
Auteur
Jaco Berveling
Taal
Nederlands
Editie
1
Uitgever
Amsterdam: Balans, 2014
319 p. : ill.
ISBN
9789460037382 (paperback)

Besprekingen

Bij een eerste ontmoeting vormt iedereen zich, in een fractie van een seconde, een eerste beeld van de ander, die daarbij – grotendeels onbewust – als ‘goed’ of ‘slecht’, ‘betrouwbaar’ of ‘onbetrouwbaar’ getaxeerd wordt. Het is een reflex die we allemaal kennen en die ons meer dan eens behoed heeft voor onveilige situaties. Maar we vergissen ons wel eens.
Is er een wetenschappelijke basis om dat ‘gelaatlezen’ te onderbouwen en eventueel te verscherpen? Kunnen we, behalve betrouwbaarheid ook andere persoonskenmerken, zoals intelligentie, creativiteit, seksuele geaardheid, zin voor orde en sportiviteit afleiden uit iemands gelaatstrekken?
Jaco Berveling neemt de lezer mee op een reis door de tijd én door Europa (en ook heel even door Amerika) en laat hem kennismaken met de gelaatsleer van de Zwitserse predikant, Lavater, die in de achttiende eeuw in grote delen van het oude continent een ware hype was. De weg gaat verder richting Duitsland, waar dokter Gall meende te weten dat…Lees verder
In de achttiende en begin negentiende eeuw was het een rage: wat zegt iemands gezicht – pas later kwam de schedel erbij – over diens karakter? Toen, en ook nu nog, spreekt dit tot de verbeelding en de conclusies hadden soms verstrekkende gevolgen, bijvoorbeeld bij rechtspraak. Vaak voorbarige conclusies, want wetenschappelijk bewijs is schaars en zelfkennis of inzicht in andermans karakter blijkt betrekkelijk. Het ging voorbij. Tweede helft twintigste eeuw volgt echter een opleving, nu gekoppeld aan gedegen psychologisch onderzoek, maar nog steeds betwijfelbaar. De auteur voert de lezer mee. Hij krijgt een inkijk in de praktijkvoering van onder anderen Lavater, predikant en gelaatkundige, en Gall, medicus en schedelkundige. Hij bezoekt musea en rariteitenkabinetten met schedelverzamelingen, wordt geconfronteerd met de rassenleer en kijkt nog eens aandachtig in de spiegel. Alhoewel de materie serieus wordt behandeld, is het boek geestig en vlot. Interessant is het vooral als de lijnen …Lees verder